Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018

Alinea 62 Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3963.

23. De meer subsidiaire vorderingen van [appellante] in hoger beroep hebben betrekking op vergoeding van de door [appellante] gemaakte investeringskosten ter ontwikkeling van MBS. Deze vorderingen zijn volgens [appellante] gebaseerd op schending van een precontractuele verplichting, namelijk de verplichting van Staedion om ten minste de door [appellante] gedane investeringen te vergoeden bij het afbreken van de onderhandelingen. [appellante] betoogt, naar het hof begrijpt, dat Staedion onvoldoende acht heeft geslagen op de gerechtvaardigde belangen van [appellante] , te weten het terugverdienen van de investeringskosten: Staedion heeft [appellante] gestimuleerd om te investeren in de ontwikkeling van MBS en heeft daarbij toegezegd een opdracht voor 300 woningen te verstrekken waarmee de investeringen terugverdiend zouden kunnen worden; zonder die toezegging zou [appellante] nooit zo fors hebben geïnvesteerd. Door die toezegging niet na te komen heeft Staedion de gerechtvaardigde belangen van [appellante] geschonden, aldus [appellante] . Staedion had [appellante] tenminste in de gelegenheid moeten stellen die investeringen terug te verdienen. Het gaat om een bedrag van circa € 1.200.000,-.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426, en de alinea staat in dat document op bytes 25172 tot 26396.