Citaat | Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018

Alinea 66 Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 31 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3963.

27. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 18 juni 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4405, NJ 1983/723 ([…]/[…]), overwogen dat een verplichting tot vergoeding van de door de onderhandelingspartner in de onderhandelingen gemaakte kosten zelfs zou kunnen bestaan, als de onderhandelingen nog niet in een zodanig stadium zouden zijn geraakt dat de afbrekende partij te goeder trouw die onderhandelingen niet meer had mogen afbreken, maar reeds wel in een stadium dat zulk afbreken haar in de gegeven omstandigheden niet meer zou hebben vrijgestaan zonder de door de onderhandelingspartner gemaakte kosten geheel of gedeeltelijk voor haar rekening te nemen. In de omstandigheden van het onderhavige geval is daarvan naar het oordeel van het hof geen sprake: gelet op de hiervoor in 12.e.v. genoemde onvoorziene omstandigheden en het bij [appellante] liggende risico ter zake van de ontwikkeling van MBS stond het Staedion naar het oordeel van het hof vrij de onderhandelingen af te breken zonder de door [appellante] gemaakte kosten geheel of gedeeltelijk voor haar rekening te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1adfb2ca070f833cf44cb5d553111482e8f904dc9b4e891b5d3f36e631632426, en de alinea staat in dat document op bytes 29246 tot 30369.