Citaat | Gerechtshof Den Haag 20 maart 2018
Onder 2.1 Gerechtshof Den Haag 20 maart 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 20 maart 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:475.
[appellante] heeft nog gesteld dat zij geen opvang heeft en (in het geheel, zo begrijpt het hof) geen andere woning kan krijgen, maar uit het proces-verbaal van de comparitie van partijen in eerste aanleg volgt, dat zij tijdelijk inwoont bij één van haar zoons, [X]. Deze zoon stond kennelijk niet bij haar ingeschreven. Zij heeft dus in elk geval onderdak. Overigens is niet gesteld of gebleken dat [X] in een geheel andere buurt woont.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cb647206c52839695db96e8767ff8d9de8e49d57b36666cfb4ad4ad603f895a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cb647206c52839695db96e8767ff8d9de8e49d57b36666cfb4ad4ad603f895a, en de alinea staat in dat document op bytes 16420 tot 16886.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cb647206c52839695db96e8767ff8d9de8e49d57b36666cfb4ad4ad603f895a | shasum -a 256