Citaat | Gerechtshof Den Haag 3 april 2018

Onder 3 Gerechtshof Den Haag 3 april 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 3 april 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:570.

Met grief 1 betoogt [appellant] dat de vordering tot betaling van “de premie over 2007” is verjaard. Daartoe beroept [appellant] zich onder meer op art. 3:308 BW. [appellant] stelt dat in art. 6 lid 5 van het Uitvoeringsreglement is bepaald dat de premie uiterlijk betaald moet zijn binnen 14 dagen na het einde van de loonperiode en dat de werkgever bij niet tijdige betaling door het enkele verloop van deze termijn in verzuim is. Volgens art. 2 van het Uitvoeringsreglement wordt met loonperiode bedoeld een periode van 4 weken of een maand. In deze opzet betreft de eerste premie over 2007 de premie over januari 2007 en de laatste premie die over december 2007. De premie over januari 2007 is opeisbaar op 14 februari 2007 en die over december 2007 op 14 januari 2008. Eerst in 2014 is er door de fondsen een werkingssfeeronderzoek gedaan, terwijl [appellant] pas op 29 april 2014 is verzocht om loon- en premiegegevens door te geven. Dat is te laat omdat er toen meer dan 5 jaren waren verstreken nadat de vorderingen opeisbaar waren geworden, aldus nog steeds [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4cc3f5ad3416da21821b4c7b01a26d2c6bf57b03c22033ce8d912659ce1dbc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4cc3f5ad3416da21821b4c7b01a26d2c6bf57b03c22033ce8d912659ce1dbc6, en de alinea staat in dat document op bytes 8602 tot 9811.