Citaat | Gerechtshof Den Haag 30 maart 2018
Alinea 35 Gerechtshof Den Haag 30 maart 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 30 maart 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:649.
14. Voor zover [belanghebbende] stelt dat een kopie van de aanslag Vpb 2011 naar haar boekhouder dan wel gemachtigde verzonden had moeten worden, overweegt de rechtbank dat niet gebleken is dat [belanghebbende] hierom heeft verzocht. [De Inspecteur] heeft in dit verband onweersproken gesteld dat omtrent de verzending van poststukken met [belanghebbende] geen afspraken zijn gemaakt, hij daarom gehouden is het sinds 23 november 1992 voor de adressering van poststukken gebruikte postadres van [belanghebbende] aan de [Y] te [Z] te hanteren en dat hem niet bekend is dat poststukken op dit adres niet aankomen. De rechtbank constateert voorts dat de uitnodiging, herinnering en aanmaning met betrekking tot het doen van aangifte naar dit postadres van [belanghebbende] zijn verzonden en zijn ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c50d4078999a5a0d71c66606f0fec143d1da5d0effc7dc44d7c4ce5bb7494ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c50d4078999a5a0d71c66606f0fec143d1da5d0effc7dc44d7c4ce5bb7494ad, en de alinea staat in dat document op bytes 11813 tot 12629.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c50d4078999a5a0d71c66606f0fec143d1da5d0effc7dc44d7c4ce5bb7494ad | shasum -a 256