Citaat | Gerechtshof Den Haag 30 maart 2018
Alinea 43 Gerechtshof Den Haag 30 maart 2018
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 30 maart 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:649.
De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemd verzendrapport voldoende aannemelijk is dat het aanslagbiljet behoorde tot een partij documenten, welke op 23 juli 2014 door [de Inspecteur] ter postbezorging is aangeboden bij PostNL. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan hetgeen daarover is vastgelegd in de systemen van [de Inspecteur]. De rechtbank acht het daarom aannemelijk dat de aanslag in ieder geval vóór 26 juli 2014 aan [belanghebbende] is toegezonden en aldus tijdig op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Daarvan uitgaande is de bezwaartermijn ingevolge artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aangevangen met ingang van de dag na dagtekening van het betreffende aanslagbiljet. De onderhavige bezwaartermijn eindigde derhalve op 8 september 2014. Het bezwaarschrift van [belanghebbende] heeft [de Inspecteur] ontvangen op 2 oktober 2014. Dit betekent dat het bezwaar te laat is ingediend. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Aan al hetgeen door [belanghebbende] overigens is aangevoerd, zoals het niet reageren door [de Inspecteur] op een uitstelverzoek, acht de rechtbank in verband met de beoordeling van de ontvankelijkheid, niet van belang, zodat daaraan wordt voorbijgegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c50d4078999a5a0d71c66606f0fec143d1da5d0effc7dc44d7c4ce5bb7494ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c50d4078999a5a0d71c66606f0fec143d1da5d0effc7dc44d7c4ce5bb7494ad, en de alinea staat in dat document op bytes 14157 tot 15450.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c50d4078999a5a0d71c66606f0fec143d1da5d0effc7dc44d7c4ce5bb7494ad | shasum -a 256