Citaat | Gerechtshof Den Haag 16 januari 2018

Onder 3.13 Gerechtshof Den Haag 16 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 16 januari 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:9.

Volgens [appellant] voldoet de oproep voor de zitting waarop de machtiging tot gijzeling wordt behandeld, welke oproep met de gewone post wordt verzonden, niet aan de eisen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering noch aan die van het Wetboek van Strafvordering. Die eisen zijn echter niet van toepassing op de oproep waar [appellant] op doelt, zodat het betoog in zoverre faalt (zie hiervoor onder 3.5). Onjuist is eveneens dat de uitspraak van de kantonrechter, waarbij de machtiging tot gijzeling wordt verleend, niet kon worden ten uitvoer gelegd omdat hij niet eerder aan [appellant] was betekend. De stelling dat [appellant] na zijn gijzeling voor de rechter had moeten worden geleid, is hiervoor al onjuist geoordeeld (eveneens onder 3.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74ba8a26c564b4a1245dea57432a41ed051926e9e612f7b7b7e1b03a2bd23a59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74ba8a26c564b4a1245dea57432a41ed051926e9e612f7b7b7e1b03a2bd23a59, en de alinea staat in dat document op bytes 27832 tot 28598.