Citaat | Gerechtshof Den Haag 6 augustus 2019
Alinea 29 Gerechtshof Den Haag 6 augustus 2019
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 6 augustus 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1990.
5. Het hof heeft tevens vastgesteld dat partijen het er over eens zijn dat de MoM-protheses zijn aan te merken als een hulpzaak, zodat de uitleg van artikel 6:77 BW een belangrijke rol speelt in de onderhavige procedure. Omdat in de literatuur en jurisprudentie verschillend wordt gedacht over de toerekening van ongeschikte hulpzaken in het kader van aansprakelijkheid van specialisten en ziekenhuizen, achtte het hof het stellen van prejudiciële vragen geïndiceerd. Met het oog op de (met name door [geintimeerde sub 2] gewenste) voortgang van de procedure, achtte het hof – hoewel over de wetenschap van [geintimeerde sub 2] over de risico's van MoM-protheses in 2004 nog bewijslevering nodig was – het gewenst dat reeds in deze fase van de procedure prejudiciële vragen aan de Hoge Raad werden gesteld. Het heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over de aan de Hoge Raad voor te leggen vragen uit te laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5186f3da1228ee1ab5146d6c8e044208ed60d554b1e670044f082d87e72fc523. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5186f3da1228ee1ab5146d6c8e044208ed60d554b1e670044f082d87e72fc523, en de alinea staat in dat document op bytes 8036 tot 8974.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5186f3da1228ee1ab5146d6c8e044208ed60d554b1e670044f082d87e72fc523 | shasum -a 256