Citaat | Gerechtshof Den Haag 6 augustus 2019

Alinea 33 Gerechtshof Den Haag 6 augustus 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 6 augustus 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1990.

- Het (aan partijen toe te schrijven) tijdsverloop sinds het tussenarrest relativeert het door [geintimeerde sub 2] eerder bepleite belang bij een vlotte voortgang van de zaak. Dit brengt mee dat niet meer aannemelijk kan worden geacht dat de Hoge Raad bereid zal zijn vanwege dit belang een uitzondering te maken op het uitgangspunt dat aan prejudiciële zaken pas kan worden toegekomen wanneer vaststaat dat een antwoord op de gestelde vragen nodig is om op de vorderingen te beslissen, zoals vereist door art. 392 lid 1, aanhef, Rv (vgl. HR 16-03-2018 ECLI:NL:HR:2018:345). Aannemelijk is dat de Hoge Raad van oordeel is dat het hof eerst een beslissing dient nemen over de eventuele wetenschap van [geintimeerde sub 2] over de risico’s van MoM-protheses in 2004.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5186f3da1228ee1ab5146d6c8e044208ed60d554b1e670044f082d87e72fc523. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5186f3da1228ee1ab5146d6c8e044208ed60d554b1e670044f082d87e72fc523, en de alinea staat in dat document op bytes 10291 tot 11072.