Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 januari 2019
Onder 2.2.5 Gerechtshof Den Haag 15 januari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 januari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:21.
Voor de periodes van 21 juli 2014 tot 11 november 2014 en van 1 maart 2016 tot 3 maart 2017, in welke periodes de CAO niet algemeen verbindend was verklaard, komt artikel 22 NBBU-CAO in beeld en geldt het volgende. Ingevolge het bepaalde in de eerste twee leden van artikel 22 NBBU-CAO en artikel 8 WAADI is de uitzendwerkgever aan de uitzendkrachten hetzelfde loon en overige vergoedingen verschuldigd als die zijn toegekend aan werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies van de inlener. Onder deze beloning is naar het oordeel van het hof in ieder geval te verstaan het geldende periodeloon, periodieken, toeslagen alsmede onbelaste kostenvergoedingen. Bij toeslagen gaat het dan om alle toeslagen, zoals voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid, ploegendienst en andere inconveniënten. Dat artikel 22 lid 2 NBBU-CAO toeslagen voor andere inconvenienten dan verschoven uren en onregelmatigheid niet met zoveel woorden noemt, doet hieraan niet af, omdat deze toeslag (evenals de andere toeslagen) geacht kan worden onderdeel uit te maken van het periodeloon. Van een limitatieve opsomming is in genoemd artikellid geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/50e2613e7304f39ffe6771fa9d4b282c57c0400bd645ef1e81a0dfcda509bd72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 50e2613e7304f39ffe6771fa9d4b282c57c0400bd645ef1e81a0dfcda509bd72, en de alinea staat in dat document op bytes 27917 tot 29083.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/50e2613e7304f39ffe6771fa9d4b282c57c0400bd645ef1e81a0dfcda509bd72 | shasum -a 256