Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 januari 2019
Onder 2.11.3 Gerechtshof Den Haag 15 januari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 januari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:21.
Aan [woonplaats] moet worden toegegeven dat met de invoering van de aanzegplicht is beoogd om werknemers die werkzaam zijn op een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eerder zekerheid te bieden over de vraag of hun arbeidsovereenkomst kan worden voortgezet. De zekerheid dat het niet de bedoeling is de arbeidsovereenkomst voor te zetten, hoeft echter niet pas aan het einde van de overeenkomst te worden verschaft, maar dit kan ook al direct aan het begin. Deze mogelijkheid is door de wetgever onder ogen gezien en geaccepteerd. Zie Kamerstukken 11 2013/14-33 818, nr.7, p.34 e.v "Zoals de leden van de VVD-fractie en SGP-fractie aangeven kan een werkgever, meteen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst aangeven (aanzeggen) dat er geen sprake van een opvolgend contract zal zijn. Ook in dat geval heeft de maatregel het beoogde effect, namelijk dat er (zeer) tijdig duidelijkheid is voor de werknemer waardoor hij weet dat hij zich op tijd op de arbeidsmarkt zal moeten gaan oriënteren. ."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/50e2613e7304f39ffe6771fa9d4b282c57c0400bd645ef1e81a0dfcda509bd72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 50e2613e7304f39ffe6771fa9d4b282c57c0400bd645ef1e81a0dfcda509bd72, en de alinea staat in dat document op bytes 52339 tot 53386.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/50e2613e7304f39ffe6771fa9d4b282c57c0400bd645ef1e81a0dfcda509bd72 | shasum -a 256