Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 januari 2019

Onder 2.12.2 Gerechtshof Den Haag 15 januari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 januari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:21.

In het midden kan blijven of Arrow te verwijten valt dat zij zich niet als goed werkgever heeft gedragen. Voor zover [woonplaats] haar vordering zou wensen te baseren op artikel 7:611 BW, geldt immers dat een tekortkoming in de nakoming van de plicht zich als goed werkgever te gedragen, leidt tot een recht op schadevergoeding. Een recht op een billijke vergoeding kan hij niet aan een tekortkoming ter zake van deze bepaling ontlenen. Voor zover [woonplaats] meent recht te hebben op een billijke vergoeding in verband met de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst, geldt dat Arrow de overeenkomst niet heeft opgezegd, maar dat deze is geëindigd door het verstrijken van de termijn waarvoor deze is aangegaan, en voorts dat voor een billijke vergoeding als eis geldt dat sprake moet zijn van ernstige verwijtbaarheid van de werkgever in relatie tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dat hiervan sprake is, is door hem niet gesteld en is ook overigens niet aannemelijk geworden. Deze vordering is dus door de kantonrechter terecht afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/50e2613e7304f39ffe6771fa9d4b282c57c0400bd645ef1e81a0dfcda509bd72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 50e2613e7304f39ffe6771fa9d4b282c57c0400bd645ef1e81a0dfcda509bd72, en de alinea staat in dat document op bytes 54944 tot 56010.