Citaat | Gerechtshof Den Haag 12 februari 2019

Onder 5.2 Gerechtshof Den Haag 12 februari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 12 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:211.

Ter beoordeling van de subsidiaire vordering stelt het hof voorop dat de Staat op grond van artikel 71 van de Grondwet niet voor de rechter ter verantwoording kan worden geroepen voor wat de minister in het parlement heeft gezegd. Dit betekent dat de gevraagde verklaring voor recht in elk geval niet kan worden gegeven ten aanzien van de uitlatingen van de minister op 31 maart 2015 en op 22 april 2015 (hiervoor genoemd onder 1.23 en 1.25). Dit ligt anders waar het gaat om de e-mail van 17 april 2015 van de IGZ. Daartoe overweegt het hof het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0551fce4c24ba5e4c5bc7ed5d5258fdb4b74dcda755f31a43bf21daf0a13db8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0551fce4c24ba5e4c5bc7ed5d5258fdb4b74dcda755f31a43bf21daf0a13db8c, en de alinea staat in dat document op bytes 49223 tot 49791.