Citaat | Gerechtshof Den Haag 3 september 2019

Alinea 42 Gerechtshof Den Haag 3 september 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 3 september 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2287.

12. De vier grieven van [appellant] c.s. leggen de zaak in volle omvang aan het oordeel van het hof voor. [appellant] c.s. betoogt – kort gezegd – dat de rechtsgang op grond van de Wpg in de onderhavige zaak niet als een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang kan worden beschouwd nu daarmee geen afschrift van de camerabeelden kan worden verkregen. De Raad van State heeft immers in zijn uitspraak van 20 juni 2018 geoordeeld dat de Wpg niet verplicht tot het verstrekken van afschriften. De Wpg kan ook niet worden aangemerkt als een lex specialis van artikel 843a Rv. Een lex specialis regelt een specifieke situatie die ook onder een lex generalis valt. De Wpg biedt echter geen grondslag voor het verstrekken van een afschrift terwijl artikel 843a Rv dit wel doet. Het belang bij de onderhavige vordering op grond van artikel 843a Rv is het verkrijgen van stukken om die in de procedure te kunnen overleggen ten behoeve van waarheidsvinding. Het belang in het kader van de Wpg is anders, namelijk het (kunnen) controleren of de verwerking van politiegegevens in overeenstemming met privacywetgeving geschiedt. Het besluit van de Politie in het kader van de Wpg staat derhalve niet in de weg aan een inhoudelijke beoordeling van de zelfstandige grondslag van artikel 843a Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd0f4fc54941514ebc48cf5823422c34132d8f65f70a6043f12bb6a464323b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd0f4fc54941514ebc48cf5823422c34132d8f65f70a6043f12bb6a464323b, en de alinea staat in dat document op bytes 14353 tot 15731.