Citaat | Gerechtshof Den Haag 3 september 2019

Alinea 45 Gerechtshof Den Haag 3 september 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 3 september 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2287.

16. De Wpg regelt opslag, gebruik en verstrekking van persoonsgegevens door de Politie en geeft de burger daarmee waarborgen tegen ongerechtvaardigde inbreuken op zijn persoonlijke levenssfeer. De systematiek en de uitgangspunten van de Wpg – en de Europese richtlijn 2016/680 waarvan de Wpg de implementatie vormt – zijn in grote lijnen gelijk aan die van de - inmiddels ingetrokken – Wbp (oud) en de opvolger daarvan, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG). De Wpg betreft een specifieke regeling ter bescherming van persoonsgegevens (lex specialis) terwijl de AVG/Wbp (oud) algemene regels (lex generalis) daarover bevat. Ten aanzien van de verhouding tussen artikel 35 Wbp (oud) en artikel 843a Rv heeft de Hoge Raad overwogen dat elk van deze bepalingen een eigen toepassingsgebied heeft. Naar het voorlopig oordeel van het hof heeft hetzelfde te gelden voor de verhouding tussen artikel 25 Wpg en artikel 843a Rv. Artikel 25 Wpg dient ook een ander doel dan artikel 843a Rv. Net als artikel 35 Wbp (oud) geeft artikel 25 Wpg de betrokkene het recht op inzage van hem betreffende persoonsgegevens, zodat de betrokkene kan kennisnemen van deze gegevens, kan nagaan of deze juist zijn en overeenkomstig de Wbp, respectievelijke Wpg, worden verwerkt en in voorkomend geval de hem uit hoofde van de Wbp, respectievelijke Wpg, toegekende rechten kan uitoefenen. Artikel 843a Rv daarentegen voorziet erin dat degene die daarbij een rechtmatig belang heeft, onder meer afschrift van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij partij is, kan vorderen. De vordering kan worden gedaan met uiteenlopende oogmerken, waaronder, doch niet uitsluitend, de bewijslevering in een lopende procedure. De bestuursrechtelijke procedure in het kader van artikel 25 Wpg kan dan ook niet worden beschouwd als een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang waarmee hetzelfde resultaat kan worden bereikt als met een vordering op grond van artikel 843a Rv. De bestuursrechtelijke procedure in het kader van artikel 25 Wpg kan derhalve niet leiden tot niet-ontvankelijkheid van een eiser in een vordering op grond van artikel 843a Rv. Gezien het eigen toepassingsgebied van beide bepalingen kan artikel 25 Wpg ook niet worden beschouwd als een ten opzichte van artikel 843a Rv bijzondere bepaling die afbreuk kan doen aan de rechten die kunnen worden ontleend aan artikel 843a Rv. Daarbij komt dat artikel 25 Wpg geen verbod inhoudt om politiegegevens aan de betrokkene te verstrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cccd0f4fc54941514ebc48cf5823422c34132d8f65f70a6043f12bb6a464323b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cccd0f4fc54941514ebc48cf5823422c34132d8f65f70a6043f12bb6a464323b, en de alinea staat in dat document op bytes 17719 tot 20688.