Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 september 2019

Onder 7.1.8. Gerechtshof Den Haag 24 september 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 september 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2632.

In zijn arrest van 14 oktober 2005, nr. 40299, ECLI:NL:HR:2005:AU4300, overweegt de Hoge Raad dat, indien de vastgestelde waarde van een onroerende zaak in geschil is, de bewijslast met betrekking tot deze waarde rust op de heffingsambtenaar. Slechts indien de heffingsambtenaar niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan, komt naar het oordeel van de Hoge Raad de vraag aan de orde of belanghebbende de (eventueel) door hem verdedigde waarde aannemelijk heeft gemaakt. Indien ook dat laatste niet het geval is, kan, aldus de Hoge Raad, de rechter zelf tot een vaststelling van de waarde komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfeabb7fc61441fe37cca0ce855ab19b6dd239d3cb1650d17cde2c87f45c93ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfeabb7fc61441fe37cca0ce855ab19b6dd239d3cb1650d17cde2c87f45c93ef, en de alinea staat in dat document op bytes 66800 tot 67417.