Citaat | Gerechtshof Den Haag 24 september 2019

Onder 7.3.8. Gerechtshof Den Haag 24 september 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 24 september 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2632.

Het Hof merkt allereerst op dat de garage/berging, naar uit de stukken blijkt, een apart gebouwd eigendom is. In zoverre is het enigszins verwarrend dat belanghebbende - overigens net als de Heffingsambtenaar - de garage/berging en het woonhuis bij de bepaling van de marktwaarde van het woonhuis als één gebouwd eigendom aanmerkt, zij het dat hij voor de garage/berging een andere rekenprijs/m3 voorstaat dan voor het woonhuis. Mogelijk hebben belanghebbende en de Heffingsambtenaar al bij de bepaling van de marktwaarde van het woonhuis toepassing gegeven aan de slechts voor de bepaling van de bestemmingswaarde van het woonhuis relevante regel van artikel 17, lid 5, laatste volzin, van de Wet WOZ (“Gebouwde eigendommen die dienstbaar zijn aan de woning worden geacht deel uit te maken van die woning”). Voor de strekking van belanghebbendes stelling over de rekenprijs/m3 van de garage/berging maakt dit niet uit, dus gaat het Hof eraan voorbij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfeabb7fc61441fe37cca0ce855ab19b6dd239d3cb1650d17cde2c87f45c93ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfeabb7fc61441fe37cca0ce855ab19b6dd239d3cb1650d17cde2c87f45c93ef, en de alinea staat in dat document op bytes 75224 tot 76201.