Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 december 2019
Onder 2.4 Gerechtshof Den Haag 17 december 2019
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 december 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3421.
Uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de mens (EHRM) volgt dat het begrip ‘rechtsmacht’ in art. 1 EVRM een territoriale strekking heeft, in die zin dat een staat als regel geen rechtsmacht heeft buiten zijn territorium en dat hij die rechtsmacht binnen zijn territorium in beginsel wel heeft. Alleen in buitengewone gevallen (‘exceptional cases’) kan een handeling van een staat die gevolgen heeft buiten zijn territorium een uitoefening van rechtsmacht vormen in de zin van art. 1 EVRM; zie bijvoorbeeld EHRM 7 juli 2011 (nr. 55721/07, Al-Skeini e.a. t. Verenigd Koninkrijk ) paragraaf 131. Het EHRM heeft, afgezien van het geval waarin een staat, bijvoorbeeld als gevolg van militair ingrijpen, ‘effective control’ heeft over een deel van het grondgebied van een andere staat, aanvaard (zie Al-Skeini paragraaf 133) dat
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f787ecb9f5c231ea60d01988132bb21f0af6e3cbd4166747b4474fe9b8513832. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f787ecb9f5c231ea60d01988132bb21f0af6e3cbd4166747b4474fe9b8513832, en de alinea staat in dat document op bytes 13754 tot 14695.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f787ecb9f5c231ea60d01988132bb21f0af6e3cbd4166747b4474fe9b8513832 | shasum -a 256