Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 december 2019
Onder 2.9 Gerechtshof Den Haag 17 december 2019
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 december 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3421.
India is partij bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, New York, 1966 (Trb. 1969, 99; hierna: IVBPR). In art. 7 IVBPR is een verbod op wrede, onmenselijke of vernederende behandeling opgenomen. Het vertrouwensbeginsel brengt mee dat de Staat, toen hij om aanhouding en uitlevering van [appellant] verzocht, er van mocht uitgaan dat India dat verbod zou naleven, tenzij de Staat over concrete aanwijzingen beschikte dat [appellant] een reëel risico liep in strijd met art. 7 IVBPR te worden behandeld. Dit laatste heeft [appellant] echter niet aannemelijk gemaakt. De enkele stelling dat [appellant] , zoals hij aanvoert, in India is onderworpen aan een behandeling die in strijd is met art. 7 IVBPR, toont niet aan dat de Staat op het moment dat hij om [appellant] ’s aanhouding en uitlevering verzocht, concrete aanwijzingen had dat het risico bestond dat dit [appellant] zou overkomen. Een dergelijk risico blijkt in ieder geval niet uit de rapporten die [appellant] als producties 7 (van de National Human Rights Commission) en 9 (van de Peoples Union for Democratic Rights) bij dagvaarding heeft overgelegd, alleen al omdat daaruit niet blijkt dat de omstandigheden die [appellant] zegt te hebben ontmoet in Mumbai en Delhi in alle gevangenissen in India bestaan en niet is gesteld of gebleken dat de Staat wist of behoorde te weten dat [appellant] juist op deze locaties zou worden vastgehouden. Daarbij komt dat de bewuste rapporten betrekking hebben op situaties in 2001 respectievelijk 2011, terwijl het verzoek om aanhouding en uitlevering in november 2004 is gedaan. Met het rapport uit 2011 kon de Staat dus geen rekening houden. Bovendien vinden de stellingen van [appellant] omtrent de hem ten deel gevallen behandeling onvoldoende steun in het rapport uit 2001, dat alleen een probleem signaleert ten aanzien van de situatie van vrouwelijke gevangenen. Wel wordt in dat rapport de overbezetting van de gevangenis in Mumbai bevestigd, maar uit het rapport blijkt niet dat die overbezetting tot situaties heeft geleid die in strijd zijn met art. 7 IVBPR.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f787ecb9f5c231ea60d01988132bb21f0af6e3cbd4166747b4474fe9b8513832. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f787ecb9f5c231ea60d01988132bb21f0af6e3cbd4166747b4474fe9b8513832, en de alinea staat in dat document op bytes 18844 tot 21031.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f787ecb9f5c231ea60d01988132bb21f0af6e3cbd4166747b4474fe9b8513832 | shasum -a 256