Citaat | Gerechtshof Den Haag 17 december 2019
Onder 3.13 Gerechtshof Den Haag 17 december 2019
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 17 december 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3421.
Uiteraard zijn beide alternatieven minder dan ideaal. In het door de plaatsvervangend Procureur-Generaal voorgestane alternatief zouden de mogelijkheden om schadevergoeding te vorderen nog verder worden beperkt, al moet daarbij worden opgemerkt dat toewijzing van een vordering op grond van het b-criterium ook nu reeds zelden voorkomt. Daarbij dient bedacht te worden dat het EVRM een staat geenszins verplicht om een verdachte, die in overeenstemming met art. 5 EVRM in voorlopige hechtenis is genomen, de mogelijkheid van schadevergoeding te bieden na een vrijspraak; zie EHRM 25 augustus 1993 (13126/87, Sekanina t. Oostenrijk ) paragraaf 25 en EHRM 16 februari 2016 (53465/11 en 9634/12, Vlieeland Boddy en Marcelo Lanni t. Spanje ) paragraaf 39. Het nadeel van het tweede alternatief is dat het aantal gevallen waarin schadevergoeding zou moeten worden toegewezen zeer sterk zou worden uitgebreid en in wezen een vorm van risicoaansprakelijkheid van de overheid voor strafrechtelijk optreden zou invoeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f787ecb9f5c231ea60d01988132bb21f0af6e3cbd4166747b4474fe9b8513832. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f787ecb9f5c231ea60d01988132bb21f0af6e3cbd4166747b4474fe9b8513832, en de alinea staat in dat document op bytes 43611 tot 44703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f787ecb9f5c231ea60d01988132bb21f0af6e3cbd4166747b4474fe9b8513832 | shasum -a 256