Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 december 2019

Onder 5.3.8. Gerechtshof Den Haag 18 december 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 december 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3521.

Het Hof overweegt dat in de stelling van belanghebbende een betwisting van de verzending van de aanmaning op 10 oktober 2016 besloten ligt. In dat geval ligt het op de weg van de Ontvanger om aannemelijk te maken op welke dag de aanmaning is verzonden (vgl. HR 5 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1102, BNB 2019/142). Het Hof is van oordeel dat de Ontvanger hierin niet is geslaagd. Vorenbedoelde schermprint vormt geen bewijs van verzending van de aanmaning naar het (juiste) adres van belanghebbende, dat wil zeggen naar het vestigingsadres, en derhalve evenmin van de verzenddag van de aanmaning. Het Hof gaat daarom ervan uit dat belanghebbende de aanmaning heeft ontvangen op 31 oktober 2016.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74130757aa080fcc0852ca457ef872841c7f6f732a64377cfa68795b0d760ffa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74130757aa080fcc0852ca457ef872841c7f6f732a64377cfa68795b0d760ffa, en de alinea staat in dat document op bytes 34577 tot 35281.