Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 december 2019
Onder 6.3. Gerechtshof Den Haag 18 december 2019
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 december 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3521.
Bij de beoordeling van het standpunt van belanghebbende stelt het Hof het volgende voorop. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding in afwijking van de forfaitaire bedragen in het Bpb is grond indien het bestuursorgaan het verwijt treft dat het een uitspraak doet, terwijl op dat moment duidelijk is dat die uitspraak in een daartegen ingestelde procedure geen stand zal houden (zie HR 12 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3785, BNB 2012/313). Daarnaast kan, indien sprake is van in verregaande mate onzorgvuldig handelen van het bestuursorgaan, zulks grond opleveren om een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 2, lid 3, Bpb aanwezig te achten (vgl. HR 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2975, BNB 2011/103).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74130757aa080fcc0852ca457ef872841c7f6f732a64377cfa68795b0d760ffa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74130757aa080fcc0852ca457ef872841c7f6f732a64377cfa68795b0d760ffa, en de alinea staat in dat document op bytes 40731 tot 41469.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/74130757aa080fcc0852ca457ef872841c7f6f732a64377cfa68795b0d760ffa | shasum -a 256