Citaat | Gerechtshof Den Haag 2 juli 2019

Onder 4.2 Gerechtshof Den Haag 2 juli 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 2 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3613.

De door Wiko getrokken parallel met het Roche / Primus arrest (HR 30 november 2007, ECLI:HR:2007:BA9608) gaat niet op. In die zaak ging het er niet om dat het gevoerde verweer al eerder in een andere procedure naar voren was gebracht, maar betrof het verweer (tegen een cross-border verbodsvordering gebaseerd op een buitenlands octrooi) de gestelde ongeldigheid van het ingeroepen buitenlandse octrooi. De bevoegdheid om over de geldigheid van een octrooi te oordelen is exclusief voorbehouden aan de desbetreffende nationale rechter waar dat octrooi van kracht is. Een dergelijke (uitzonderlijke) situatie doet zich hier niet voor. De beoordeling van een Frand-verweer als zodanig is niet exclusief voorbehouden aan een bepaalde rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad41c12c7c2fff3b00885e42e2e61878c30ffdc45a54b3dca770b2873d270a1c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad41c12c7c2fff3b00885e42e2e61878c30ffdc45a54b3dca770b2873d270a1c, en de alinea staat in dat document op bytes 11901 tot 12655.