Citaat | Gerechtshof Den Haag 2 juli 2019
Onder 4.25 Gerechtshof Den Haag 2 juli 2019
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 2 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3613.
Daargelaten de vraag of een dergelijk verweer ertoe kan leiden dat de door Philips rechtmatig ingestelde verbods- en recallvorderingen niet toewijsbaar zouden zijn (ook Wiko meent dat dit onduidelijk is, vgl. par. 258 AMnC), kan het verweer van Wiko in het onderhavige geval niet slagen (zodat het hof geen aanleiding ziet tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EU zoals door Wiko voorgesteld). Voor het slagen van dit verweer is ingevolge artikel 150 Rv en artikel 2 Verordening (EG) 1/2003 ten minste vereist dat Wiko van haar stelling dat het door Philips gedane licentie-aanbod niet aan de Frand-voorwaarden voldoet, bewijs bijbrengt. Daaraan heeft Wiko niet voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad41c12c7c2fff3b00885e42e2e61878c30ffdc45a54b3dca770b2873d270a1c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad41c12c7c2fff3b00885e42e2e61878c30ffdc45a54b3dca770b2873d270a1c, en de alinea staat in dat document op bytes 38170 tot 38869.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad41c12c7c2fff3b00885e42e2e61878c30ffdc45a54b3dca770b2873d270a1c | shasum -a 256