Citaat | Gerechtshof Den Haag 28 juni 2019

Alinea 41 Gerechtshof Den Haag 28 juni 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 28 juni 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3713.

20. [ Belanghebbende] heeft verzocht om toekenning van immateriële schadevergoeding. Bij de beoordeling van de vraag of de redelijke termijn is overschreden moet worden aangesloten bij de uitgangspunten die zijn neergelegd in het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2005, nr. 37 984, ECLI:NL:HR:2005:AO9006. Een periode van twee jaar voor de bezwaar- en beroepsfase wordt in dit verband als redelijk beschouwd. De in aanmerking te nemen termijn vangt in beginsel aan op het moment waarop de inspecteur het bezwaarschrift ontvangt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc681aec0c80167504a9f5029288c003bcf4cf69a219e385979f26ed9d8c8933. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc681aec0c80167504a9f5029288c003bcf4cf69a219e385979f26ed9d8c8933, en de alinea staat in dat document op bytes 17676 tot 18221.