Citaat | Gerechtshof Den Haag 28 juni 2019

Alinea 42 Gerechtshof Den Haag 28 juni 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 28 juni 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3713.

21. In het onderhavige geval heeft [de Inspecteur] het bezwaarschrift ontvangen op 9 april 2013. Op het moment dat de rechtbank uitspraak doet, zijn er derhalve vijf jaar en ruim acht maanden verstreken. Daarmee is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met drie jaar en acht maanden. Deze overschrijding is geheel toe te rekenen aan [de Inspecteur]. Aldus is [de Inspecteur] een schadevergoeding verschuldigd wegens de overschrijding van de redelijke termijn ten bedrage van € 4.000 (€ 500 per overschrijding van een half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, naar boven afgerond). Dit bedrag is voor de procedure inzake de voldoening en de procedure inzake de naheffingsaanslag tezamen. Deze zaken zijn immers gezamenlijk behandeld en hebben in hoofdzaak betrekking op hetzelfde onderwerp, te weten de verschuldigde Bpm ter zake van de registratie van de auto (vgl. HR 19 februari 2016, nr. 14/003907, ECLI:NL:HR:2016:252, r.o. 3.10.2). Daaraan doet naar het oordeel van de rechtbank niet af dat in de zaak over de voldoening daaraan voorafgaand een formele kwestie aan de orde is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc681aec0c80167504a9f5029288c003bcf4cf69a219e385979f26ed9d8c8933. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc681aec0c80167504a9f5029288c003bcf4cf69a219e385979f26ed9d8c8933, en de alinea staat in dat document op bytes 18227 tot 19352.