Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019

Onder 3.4 Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3882.

Ultimo 2012 heeft er een bespreking plaatsgevonden van de jaarstukken 2011. Bij de bespreking waren de heren [A] , [B] en [E] aanwezig. De heer [A] geeft aan dat zijn moeder in september 2012 is overleden. Het was voor hem een moeilijke tijd. (…) De heer [B] geeft aan dat er bij het bespreken, met de heer [A] en de heer [E] , van de concept jaarstukken 2011 ultimo 2012 is gesproken over het doen van een suppletie-aangifte. Er is op dat moment geconstateerd dat er geen geld is. Op zichzelf staat dit het doen van een suppletie-aangifte niet in de weg. (…) Bij het bespreken van de definitieve jaarstukken 2011 in februari 2013 heeft de heer [E] de heren [B] en [A] er op gewezen dat er een omzetbelastingschuld bestaat van EUR 209.910 en dat deze dient te worden aangegeven middels een suppletie-aangifte. De heer [E] geeft aan dat hij vindt dat het daarna de verantwoordelijkheid is van de ondernemer om actie te ondernemen. De heer [B] geeft aan dat hij tot en met de jaren 2009 en 2010 aanvullende aangiften omzetbelasting deed op basis van de jaarrekeningen, die hij in samenwerking met de heer [E] opstelt. De heer [B] geeft aan dat hij nooit de opdracht heeft gekregen om de aanvullende aangifte omzetbelasting voor het jaar 2011 te doen. Het was hem wel duidelijk waarom dat was, namelijk het feit dat er op dat moment geen geld was om de omzetbelastingschuld te voldoen, de heer [B] zegt: als je de cijfers van het bedrijf zag, snap je wel waarom de opdracht niet is gegeven. De opdracht tot het doen van een aanvullende aangifte omzetbelasting wordt gegeven door de heer [A] . De heer [B] mag niet uit eigen beweging aanvullende aangiften verzenden naar de belastingdienst. De heer [A] geeft aan dat hij niet weet waarom er geen opdracht is gegeven. Hij geeft aan dat je normaliter dan contact opneemt met de belastingdienst om te komen tot een oplossing. De heer [A] geeft aan dat er daarna geen actie is ondernomen richting de Belastingdienst. Hij geeft aan dat er geen duidelijke reden voor is geweest om dit na te laten. Het is de heer [A] ontschoten, hij is het simpelweg vergeten. De heer [A] weet niet waarom de heer [B] geen suppletie omzetbelasting heeft opgemaakt. De heer [A] geeft aan dat een gebrek aan liquide middelen niet de reden is geweest om de aanvullende aangifte omzetbelasting van EUR 209.910 niet op te stellen en in te dienen. Hij geeft aan dat het nu, medio 2014, meer een probleem is om de omzetbelastingschuld te voldoen. Dit vanwege een verslechterde zakelijke huurmarkt. (…) De heer [B] geeft aan dat de wil er wel was om een aanvullende aangifte omzetbelasting te doen, maar dat er is besloten om het niet te doen. Hij geeft aan dat het bij nader inzien niet verstandig is geweest om het op die manier te doen. (…)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e51f489ea08bd8f5aa960d81dce81f5f2299c799d643b442b7bfde9f972da20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e51f489ea08bd8f5aa960d81dce81f5f2299c799d643b442b7bfde9f972da20, en de alinea staat in dat document op bytes 13728 tot 16507.