Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019

Onder 2.9. Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3882.

"(…) U bent enig aandeelhouder en directeur van het concern waartoe de vennootschap behoort. Daarnaast bent u, statutair bezien, de enige directeur van de vennootschap en daarmee dus de enige leidinggevende binnen de vennootschap. Dat maakt u hoofd- en eindverantwoordelijk voor de gedragingen van de vennootschap, waaronder de handelingen die moeten worden verricht voor het voldoen aan allerlei fiscale en administratieve verplichtingen. Tot die verplichte handelingen behoort ook het zo spoedig mogelijk (eventueel door de heer [B] laten) indienen van een suppletie nadat kennis is genomen van de eerdere onjuistheid of onvolledigheid (art. 10a AWR jo. art. 15 UBOB). Kortom, u hebt niet die handelingen verricht 'waartoe u bevoegd en redelijkerwijs gehouden was'. Uit uw verklaringen volgt dat u vindt dat u verantwoordelijk bent voor de gedragingen (ook: het nalaten) van de vennootschap. U geeft toe dat u geen actie heeft ondernomen, nadat u zich bewust werd van de (forse) balansschuld. Ook verklaart u dat u zich bewust bent van uw plicht om tot suppletie over te gaan. Desalniettemin blijkt uit niets dat u iets ondernomen heeft om tot suppletie over te gaan. Zo had u de heer [B] opdracht kunnen geven een suppletie op te maken en in te dienen of had u contact met de Belastingdienst op kunnen nemen. Al met al heeft u geen enkele actie ondernomen. De conclusie is dan ook gerechtvaardigd dat u door het telkens (na iedere bespreking van de jaarstukken) 'achterwege laten van maatregelen, bewust de aanmerkelijke kans op de verboden gedraging heeft aanvaard'. U wist middels diverse besprekingen met de externe adviseur van de vennootschap, de heer [E] , dat er een suppletie omzetbelasting over 2011 ingediend moest worden. Ondanks deze wetenschap is dit niet gebeurd. (…) Volgens de heer [K] wist u dat u niet voldaan had aan uw verplichting tot het indienen van een aanvullende aangifte omzetbelasting. U had namelijk rekening gehouden met een verzuimboete en rente. (…) In geval van (voorwaardelijke) opzet legt de Belastingdienst in de regel een boete op van 50% van de te weinig geheven belasting. (…) De hoogte van de naheffingsaanslag van € 209.910 in relatie tot de totaal verschuldigde omzetbelasting over 2011 van [X] B.V. geven mij aanleiding om af te wijken van de vaste boetepercentages. Op grond van paragraaf 8 lid 8 BBBB zie ik hierin een strafverzwarende omstandigheid. Uw medewerking aan het boekenonderzoek geven mij aanleiding om af te wijken van de vaste boetepercentages. Op grond van paragraaf 7 BBBB zie ik hierin een strafverminderende omstandigheid. Alle feiten en omstandigheden wegende zal aan u, als feitelijk leidinggever van [X] B.V., een vergrijpboete worden opgelegd van € 75.000. (…)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e51f489ea08bd8f5aa960d81dce81f5f2299c799d643b442b7bfde9f972da20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e51f489ea08bd8f5aa960d81dce81f5f2299c799d643b442b7bfde9f972da20, en de alinea staat in dat document op bytes 26053 tot 28810.