Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019
Onder 7.5 Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3882.
12. Vaststaat dat [belanghebbende] over het tweede kwartaal van 2011 € 209.910 teveel aan omzetbelasting heeft teruggevraagd. Ook staat vast dat [ [A] ], [ [B] ] en [ [E] ] in maart 2012 en eind 2012 de conceptjaarstukken van [belanghebbende] over 2011 met elkaar hebben besproken en daarbij het indienen van een suppletieaangifte voor die teveel teruggevraagde omzetbelasting aan de orde is geweest. Daarmee staat tevens vast dat in 2012 binnen [belanghebbende] is geconstateerd dat de aangiften over de tijdvakken die eindigden in 2011 niet juist waren gedaan, met als gevolg dat te weinig omzetbelasting werd betaald en dat [belanghebbende] wist dat zij een suppletieaangifte moest indienen. Er is echter nooit een suppletieaangifte ingediend. In het vierde lid van artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 (UBOB) is het niet indienen van een suppletieaangifte aangemerkt als een overtreding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e51f489ea08bd8f5aa960d81dce81f5f2299c799d643b442b7bfde9f972da20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e51f489ea08bd8f5aa960d81dce81f5f2299c799d643b442b7bfde9f972da20, en de alinea staat in dat document op bytes 33822 tot 34749.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e51f489ea08bd8f5aa960d81dce81f5f2299c799d643b442b7bfde9f972da20 | shasum -a 256