Citaat | Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019
Onder 7.5 Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 15 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3882.
16. Voor de vraag of en in hoeverre het opzet van [ [A] ] aan [belanghebbende] kan worden toegerekend overweegt de rechtbank dat [belanghebbende] naast [ [A] ] geen personeel heeft en daarom alleen [ [A] ] opdracht kon geven tot het indienen van de suppletieaangifte. Dat [ [A] ], [ [B] ] en [ [E] ] in verband met het doen van aangiften en de voldoening van omzetbelasting op enig moment buiten hun bevoegdheid ter vervulling van de aan hen toebedeelde taken hebben gehandeld, is gesteld noch gebleken. Het vorenstaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat het niet indienen van de suppletieaangifte is te wijten aan opzettelijk handelen dat aan [belanghebbende] kan worden toegerekend. [De Inspecteur] heeft daarom terecht aan [belanghebbende] de vergrijpboete opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e51f489ea08bd8f5aa960d81dce81f5f2299c799d643b442b7bfde9f972da20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e51f489ea08bd8f5aa960d81dce81f5f2299c799d643b442b7bfde9f972da20, en de alinea staat in dat document op bytes 38331 tot 39119.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e51f489ea08bd8f5aa960d81dce81f5f2299c799d643b442b7bfde9f972da20 | shasum -a 256