Citaat | Gerechtshof Den Haag 12 maart 2019

Alinea 76 Gerechtshof Den Haag 12 maart 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 12 maart 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:571.

14. Echter, ook als het hof er veronderstellenderwijs vanuit gaat dat een en ander binnen de Consumentenbond bekend was ten tijde van de procedure in eerste aanleg, dan nog kan dat in de gegeven situatie niet leiden tot het oordeel dat geen sprake is van een voldragen g-grond. [appellant] miskent met zijn betoog namelijk dat de verstoorde arbeidsrelatie zich niet (alleen) voordoet tussen hem en de beide heren, maar tussen hem en de Consumentenbond als zodanig, waarbij hij bovendien zelf buiten [de directeur] en [de direct leidinggevende] een aantal andere personen heeft betrokken (zoals de bedrijfsjurist, de manager P&O en de voorzitter van de Raad van Toezicht). In dit verband wijst het hof nog op het e-mailbericht dat [appellant] op 10 mei 2018 aan de voorzitter van de Raad van Toezicht heeft toegezonden, waarin hij stelt dat de voorzitter zich verwerpelijk heeft gedragen en zich kennelijk een bevoegdheid toekende die hij niet had. Door zijn opstelling en gedrag heeft [appellant] de voortzetting van zijn arbeidsrelatie met de Consumentenbond zelf onmogelijk gemaakt. Ten overvloede wordt overwogen dat uit niets is gebleken dat [appellant] inziet dat en waarom van hem jegens de Consumentenbond een andere houding en opstelling hadden mogen worden gevraagd. [appellant] heeft bij herhaling, en ook tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep, gezegd dat hij het een volgende keer op precies dezelfde manier zou aanpakken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4e4c5b2a8a7aab1d48ea88501f48a72583fa5e41dcf5a142256c4dd41265b75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4e4c5b2a8a7aab1d48ea88501f48a72583fa5e41dcf5a142256c4dd41265b75, en de alinea staat in dat document op bytes 38255 tot 39718.