Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 februari 2019
Onder 5.1. Gerechtshof Den Haag 22 februari 2019
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:672.
De Rechtbank heeft naar 's Hofs oordeel met juistheid geoordeeld dat het beroep ongegrond is. De overwegingen van de Rechtbank volgend oordeelt het Hof dat de heffingsambtenaar met al wat hij in het licht van de waarderingsmethodiek over de onroerende zaak en de vergelijkingsobjecten heeft aangevoerd en aan stukken - vooral het ter onderbouwing van de waarde gehanteerde taxatierapport van [B] van 9 maart 2018 en de nadere brief van 29 januari 2019 met een overzichtelijke en aannemelijk te achten uiteenzetting van de waardevaststelling - heeft ingebracht, mede ter weerlegging van wat belanghebbende heeft gesteld, is geslaagd ruimschoots voldoende feiten en omstandigheden te stellen en ook, tegenover de betwisting door belanghebbende, aannemelijk te maken die de conclusie rechtvaardigen dat aan de onroerende zaak, met inachtneming van de uitgangspunten en strekking van artikel 17, leden 2 en 3, van de Wet waardering onroerende zaken, geen hogere (of lagere) waarde dan € 808.000 is toe te kennen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/630eadeee0eb00811923b1f4c6247112150f69d4021a0eba57f2f91f19d6a4e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 630eadeee0eb00811923b1f4c6247112150f69d4021a0eba57f2f91f19d6a4e3, en de alinea staat in dat document op bytes 11831 tot 12854.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/630eadeee0eb00811923b1f4c6247112150f69d4021a0eba57f2f91f19d6a4e3 | shasum -a 256