Citaat | Gerechtshof Den Haag 22 februari 2019

Onder 5.3. Gerechtshof Den Haag 22 februari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 22 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:672.

Opmerking verdient dat belanghebbende, althans diens gemachtigde, in de procedure telkens meer algemene, weinig inhoudelijke, dikwijls onsamenhangende en inconsistente, fragmentarische en, voor zover betwist door de heffingsambtenaar, niet of nauwelijks onderbouwde op de onroerende zaak betrekking hebbende stellingen tegen de door de heffingsambtenaar toegepaste waardering heeft ingebracht. Het Hof neemt vooral in aanmerking dat de gemachtigde van belanghebbende in bezwaar, beroep en hoger beroep hoegenaamd geen op concrete, dat wil zeggen specifiek op de in geding zijnde waardering betrekking hebbende, gegevens gebaseerde argumenten ter bestrijding van de waarde heeft aangedragen. Dat past ook in het door de heffingsambtenaar geschetste, niet of nauwelijks inhoudelijk weersproken, beeld van het optreden van de gemachtigde van belanghebbende, bijvoorbeeld ook inhoudend dat hij in deze en diverse andere waarderingsgeschillen met de heffingsambtenaar zowel voor woningen als voor bedrijfspanden steeds bijna gelijke geschriften indient en doorgaans volstaat met het lukraak en niet onderbouwd maken van een op- en aanmerking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/630eadeee0eb00811923b1f4c6247112150f69d4021a0eba57f2f91f19d6a4e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 630eadeee0eb00811923b1f4c6247112150f69d4021a0eba57f2f91f19d6a4e3, en de alinea staat in dat document op bytes 13243 tot 14393.