Citaat | Gerechtshof Den Haag 19 februari 2019

Onder 3.21 Gerechtshof Den Haag 19 februari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 19 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:682.

In alle drie zaken hebben appellanten aangevoerd dat de op onbehoorlijk bestuur respectievelijk onrechtmatige daad gebaseerde vorderingen van HDI op grond van art. 3:310 lid 1 BW zijn verjaard. Het hof overweegt hierover als volgt. Voor de onderhavige schadevorderingen geldt dat deze verjaren vijf jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden (art. 3:310 lid 1 BW). Daarvan zal sprake zijn als de benadeelde voldoende zekerheid - die niet een absolute zekerheid behoeft te zijn - heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. Een en ander betekent dat het antwoord op de vraag op welk tijdstip de verjaringstermijn is gaan lopen, afhankelijk is van alle ter zake dienende omstandigheden (vgl. HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM1688).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cef3ace31cfa8bbf10dcf51deff0c5a3bed5396e2dd3d0baf6256d8ef49ed14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cef3ace31cfa8bbf10dcf51deff0c5a3bed5396e2dd3d0baf6256d8ef49ed14, en de alinea staat in dat document op bytes 108115 tot 109034.