Citaat | Gerechtshof Den Haag 19 februari 2019

Onder 3.39 Gerechtshof Den Haag 19 februari 2019

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 19 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:682.

Daarmee komt, met betrekking tot de vordering voor de facturen uit 2009 voor het project Firenze, het door [appellant sub 2] en [appellant sub 1] gedane beroep op verjaring aan de orde. Zoals hiervoor is overwogen, moet het ervoor worden gehouden dat de desbetreffende facturen zijn opgemaakt en betaald zonder dat daaraan een rechtsgeldige opdracht en (reële) werkzaamheden van [appellant sub 2] ten grondslag lagen. Enige bekendheid van de betrokkenheid van [appellant sub 2] bij project Firenze (waarop de mogelijk verjaarde vordering voor de desbetreffende twee facturen betrekking heeft) bij niet geconflicteerde bestuurders, de RvC of de aandeelhouder van deze facturen is niet concreet (en onderbouwd) gesteld. Het hof verwijst naar het hiervoor overwogene. Voor toerekening van kennis van [appellant sub 2] , [appellant sub 1] of (naar onweersproken is gebleven: via Detoma belanghebbende) [appellant sub 3] aan HDI is ook in dit verband geen plaats. Met dit alles moet ervan worden uitgegaan dat ook dit foutief handelen pas na het ontslag van [appellant sub 1] aan het licht is gekomen. Grief II in incidenteel hoger beroep slaagt derhalve voor zover het gaat om project Firenze.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cef3ace31cfa8bbf10dcf51deff0c5a3bed5396e2dd3d0baf6256d8ef49ed14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cef3ace31cfa8bbf10dcf51deff0c5a3bed5396e2dd3d0baf6256d8ef49ed14, en de alinea staat in dat document op bytes 131079 tot 132283.