Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020

Onder 7.10 Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1302.

Voor de in geding zijnde door [geïntimeerde] , Hassel, [B] , [A] en Barracuda gelegde beslagen, betekent dit dat zij alleen rechtsgeldig zijn gelegd door Hassel en Barracuda (als partijen aan wie de vordering op eigen naam dan wel als maat van de Maatschappen 1999 was toegewezen). De titel die [B] en [A] leken te kunnen ontlenen aan het Arrest, is door de herstelbeslissing van 23 april 2013 vervallen, zodat het beslag in zoverre niet rechtsgeldig bleek. Dat de beslagen ook zijn gelegd door [geïntimeerde] , heeft – voor zover met die aanduiding meer of anders zou zijn bedoeld dan Hassel en Barracuda – bij gebreke van een (executoriale) titel niet geleid tot enig ander of verdergaand rechtsgeldig gelegd beslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d401b010be8bb191fc2a65ce3b0eb90e3648185a7c98e9ca9354d37bc3da011. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d401b010be8bb191fc2a65ce3b0eb90e3648185a7c98e9ca9354d37bc3da011, en de alinea staat in dat document op bytes 38942 tot 39680.