Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020
Onder 7.11 Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1302.
Het voorgaande betekent dan ook dat [geïntimeerde] niet kan worden veroordeeld alle uit hoofde van het Vonnis en het Arrest gelegde beslagen op te heffen, dan wel dat het hof kan overgaan tot opheffing van de beslagen. De beslagen zijn immers in feite slechts rechtsgeldig gelegd door Hassel en Barracuda, terwijl Hassel in deze procedure geen partij meer is. [appellant] heeft overigens wel gesteld dat dat is omdat hij een regeling heeft getroffen met Hassel en dat Hassel geen bezwaar heeft tegen opheffing van de beslagen, maar het hof heeft dit niet bij Hassel zelf kunnen verifiëren. Voor zover het beslag is gelegd ten behoeve van Barracuda, heeft [appellant] niet duidelijk gemaakt in hoeverre dat beslag inmiddels is geëindigd en, voor zover dat niet het geval is, op welke grond het hof het beslag zou kunnen (doen) opheffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d401b010be8bb191fc2a65ce3b0eb90e3648185a7c98e9ca9354d37bc3da011. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d401b010be8bb191fc2a65ce3b0eb90e3648185a7c98e9ca9354d37bc3da011, en de alinea staat in dat document op bytes 39760 tot 40611.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d401b010be8bb191fc2a65ce3b0eb90e3648185a7c98e9ca9354d37bc3da011 | shasum -a 256