Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020
Onder 7.13 Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1302.
Ook het verbod aan [geïntimeerde] om verdere executiemaatregelen te nemen uit hoofde van het Arrest zal worden toegewezen. De vordering tegen [appellant] komt naar het voorlopig oordeel van het hof immers niet aan [geïntimeerde] toe, maar aan Hassel en Barracuda. Ter zake van het deel van Hassel heeft [appellant] – onweersproken – gesteld, dat hij met Hassel een regeling heeft getroffen. Voorshands moet daarom worden aangenomen dat dit deel van de vordering niet meer aan [geïntimeerde] geleverd kan worden. Ter zake van het deel van Barracuda geldt dat deze vordering in het faillissement is gevallen, nu niet is gebleken dat deze vordering – wat er ook zij van een verblijvingsbeding, bij gebreke van een mededeling aan [appellant] – rechtsgeldig aan [geïntimeerde] is geleverd. Gelet op het bepaalde in artikel 35 lid 1 Fw is het door het faillissement onmogelijk geworden de levering te voltooien door alsnog mededeling te doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d401b010be8bb191fc2a65ce3b0eb90e3648185a7c98e9ca9354d37bc3da011. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d401b010be8bb191fc2a65ce3b0eb90e3648185a7c98e9ca9354d37bc3da011, en de alinea staat in dat document op bytes 41821 tot 42783.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d401b010be8bb191fc2a65ce3b0eb90e3648185a7c98e9ca9354d37bc3da011 | shasum -a 256