Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020
Onder 2.20 Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 juli 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1302.
In eerste aanleg is [geïntimeerde] verschenen en heeft [appellant] de vraag aan de orde gesteld tegen wie hij procedeert. [geïntimeerde] is niet ingeschreven in het handelsregister, er is geen webadres en geen feitelijk adres. Er zijn twee (of eigenlijk dus vier) maatschapsovereenkomsten van maatschappen die zich bedienen van de naam [geïntimeerde] ., te weten de Maatschappen 1999 en de Maatschappen 2003. Hij heeft daarom aan [geïntimeerde] /mr. Van Biezen gevraagd (conform HR 5 november 1976, ECLI:NL:HR:1976:AB7103, NJ 1977/586) opgave te doen van de namen en woonplaatsen van de vennoten. Hij heeft tevens – zakelijk weergegeven – zijn eis vermeerderd met de vordering " [maatschap 1] en [maatschap 2] " op straffe van verbeurte van een dwangsom te gebieden binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis opgave te doen van haar vestigingsadres, alsmede van haar maten, inclusief woon/kantooradressen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d401b010be8bb191fc2a65ce3b0eb90e3648185a7c98e9ca9354d37bc3da011. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d401b010be8bb191fc2a65ce3b0eb90e3648185a7c98e9ca9354d37bc3da011, en de alinea staat in dat document op bytes 18520 tot 19456.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d401b010be8bb191fc2a65ce3b0eb90e3648185a7c98e9ca9354d37bc3da011 | shasum -a 256