Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Alinea 42 Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1539.

17. Voor zover er sprake is van een situatie dat in een aantal zaken in eerste instantie meer Bpm is geheven dan [belanghebbende] volgens het Unierecht verschuldigd was, heeft het volgende te gelden. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 18 april 2013, C- 565/11, ECLI:EU:C:2013:250 (Irimie-arrest) volgt dat het een aangelegenheid van nationaal recht is van elke lidstaat om de voorwaarden vast te stellen waaronder de rentevergoeding moet worden betaald die een lidstaat verschuldigd is omdat belasting in strijd met het Unierecht is geheven. De wetgever heeft er dan ook voor mogen kiezen deze rentevergoeding via de ontvanger te laten lopen (Hoge Raad 3 maart 2017, nr. 16/01176, ECLI:NL:HR:2017:341). De Hoge Raad heeft in het arrest van 28 september 2018 (nr. 17/01724, ECLI:NL:HR:2018:1790) geoordeeld dat artikel 28c Iw als bijzondere regeling voorrang heeft op de algemene regels die de belastingrechter de bevoegdheid geven schadevergoeding toe te kennen en dat de rechter niet bevoegd is de inspecteur op te dragen deze rente te vergoeden. In dit arrest heeft de Hoge Raad tevens geoordeeld dat de in artikel 28c Iw opgenomen voorwaarden voor toekenning van Irimie-rente niet in strijd zijn met het Unierechtelijke gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel. Uit het arrest van de Hoge Raad van 13 april 2018 (nr. 17/01548, ECLI:NL:HR:2018:583) volgt dat evenmin kan worden gesteld dat de uitoefening van het door de rechtsorde van de Unie verleende recht op rentevergoeding aldus in de praktijk onmogelijk of uiterst moeilijk wordt. De wetgever heeft de verplichting tot vergoeding van rente wegens met het Unierecht strijdige belastingheffing dus kunnen en mogen neerleggen bij de ontvanger, zodat de rechtbank [belanghebbende] niet volgt in haar stelling dat [de Inspecteur] die rente dient te vergoeden. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt verder dat de rechtbank niet bevoegd is in een procedure tegen de inspecteur te oordelen over de werking van artikel 28c Iw (zie Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:341).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41, en de alinea staat in dat document op bytes 19871 tot 21944.