Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Alinea 46 Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1539.

19. [ Belanghebbende] heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn. In de onderhavige zaken is het eerste bezwaarschrift door [de Inspecteur] ontvangen op 10 februari 2016 (cluster C, zaaknummer SGR 18/2819). De uitspraak op bezwaar is gedagtekend 9 maart 2018. Het eerst ingediende beroep (met zaaknummer SGR 18/2819, cluster C) in deze zaken is ter griffie ontvangen op 18 april 2018. De rechtbank heeft heden, 28 november 2019 uitspraak gedaan in deze zaken. Niet aannemelijk is geworden dat sprake is van omstandigheden die verlenging van de redelijke termijn van de berechting in de bezwaarfase en de beroepsfase in eerste aanleg rechtvaardigen. Aldus is de redelijke termijn van tweejaar voor de beslechting van het geschil met (afgerond) 22 maanden overschreden. Dat is afgerond naar boven een overschrijding van 4 x een halfjaar, hetgeen een schadevergoeding rechtvaardigt van 4 x € 500 = € 2.000.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41, en de alinea staat in dat document op bytes 22353 tot 23338.