Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Alinea 48 Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1539.

21. Nu de bezwaar- en de beroepsfase samen zo lang hebben geduurd dat de redelijke termijn daardoor is overschreden, dient de rechter met het oog op toekenning van een vergoeding voor immateriële schade die door dat tijdsverloop is ontstaan, te beoordelen op welke wijze de termijnoverschrijding moet worden toegerekend aan de bezwaar- en aan de beroepsfase. In de bezwaarfase heeft als regel te gelden dat de bezwaarfase onredelijk lang heeft geduurd voor zover de duur daarvan een halfjaar overschrijdt en de beroepsfase voor zover zij meer dan anderhalf jaar in beslag neemt. De overschrijding is zowel aan [de Inspecteur] (19 maanden ) als aan de rechter (3 maanden) toe te rekenen. Dit betekent dat een bedrag van € 1.727 door [de Inspecteur] en een bedrag van € 273 door de Minister dient te worden vergoed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41, en de alinea staat in dat document op bytes 23957 tot 24788.