Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Alinea 64 Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1539.

7. Het Hof stelt voorop dat het de woordkeuze van [A] als de gemachtigde van belanghebbende richting (medewerkers van) de Belastingdienst en andere bij de beslechting van de door deze gemachtigde gestarte geschillen betrokken overheidsinstellingen geenszins gepast acht. Dat is ook op diverse zittingen met de gemachtigde keer op keer aangekaart en met hem duidelijk en, waar nodig, diepgaand besproken. Het Hof distantieert zich van de door de gemachtigde met de gebruikte terminologie naar voren gebrachte beledigingen en beschuldigingen. De leden van de thans ter beslechting van de gerezen geschillen samengestelde belastingkamer van het Hof zien evenwel, in zoverre anders dan leden van andere rechterlijke colleges, in de door de gemachtigde voorgestane aanpak en gekozen handelwijze onvoldoende reden deze persoon als gemachtigde te weigeren, omdat aldus geen adequate oplossing wordt bereikt, ook in aanmerking nemend dat overheidsinstanties niet over de geëigende instrumenten beschikken naar behoren, zonder het risico van ontsporing en zonder de doelmatigheid uit het oog te verliezen, zaken met weinig coöperatieve personen als de gemachtigde af te handelen. Daarbij komt dat de door de gemachtigde veelvuldig geuite beledigingen en beschuldigingen zo onderhand tamelijk krachteloos en ridicuul zijn geworden en daarom niet (meer) serieus te nemen zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41, en de alinea staat in dat document op bytes 28872 tot 30252.