Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Alinea 66 Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1539.

9. Voor zover de gemachtigde van belanghebbende heeft gesteld dat de door de Inspecteur bij e-mail van 30 juni 2020 toegezonden informatie als te laat in het geding gebracht moet worden beschouwd en daarom de stukken in kwestie niet tot de gedingstukken mogen worden gerekend, faalt de stelling naar 's Hofs oordeel. Bedacht moet worden dat die informatie een directe reactie is op door de gemachtigde pas met de op 19 juni 2020 ingediende pleitnota met bijlage in het geding gebrachte gegevens over extra leeftijdskortingen en ingebrachte beroep op HR 1 mei 2020, nr. 18/02168. Opmerking verdient dat de Inspecteur op de zitting heeft verklaard, door de gemachtigde onbesproken gelaten, dat het de gemachtigde is die een gewoonte heeft gemaakt van het vlak vóór de zitting in het geding brengen van allerlei stukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41, en de alinea staat in dat document op bytes 30547 tot 31379.