Citaat | Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Alinea 69 Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1539.

12. Met betrekking tot de uitlatingen en uiteenzettingen van de gemachtigde van belanghebbende verdient opmerking dat hij in diens geschriften veel en met een omhaal van woorden, veelal onder verwijzing naar allerlei rechtspraak, zonder enig betekenisvol verband met de specifieke zaak overhoop haalt. De geschriften zijn in feite niet meer dan het product van slecht samengestelde tot onbegrip leidende zinnen, niet of niet voldoende onderbouwde stellingen en onterecht of voorbarig getrokken conclusies, die ofwel berusten op een (te) beperkte ofwel een foutieve lezing en in veel zaken zonder enig zicht op of in veelal verloren verbondenheid van of met de op de betrokken zaak voorgevallen processuele situatie, volkomen uit de lucht zijn gegrepen met kennelijk als enig doel het eigenlijke geschil op te blazen tot een onnodig en ongekende complexiteit of door verwarring veroorzaakte verkeerde verbeelding voor te leggen. Kortom, al wat van de kant van belanghebbende is aangevoerd treft geen doel, daar de stellingen, zo al relevant en te volgen, niet blijk geven van een juiste rechtsopvatting dan wel feitelijke grondslag missen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ebec5507c31494fc5b27cf0b46d7ccdb16d7c50a9d3a7392014a19f496afd41, en de alinea staat in dat document op bytes 33589 tot 34740.