Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 september 2020

Onder 8.2. Gerechtshof Den Haag 8 september 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1569.

In de tweede plaats heeft de rechtbank beoordeeld of ING bij de weigering om de registratie te verwijderen onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van [verzoekster] (r.o. 4.4 – 4.8). Bij deze beoordeling heeft de rechtbank vooropgesteld dat de registratie van persoonsgegevens en de handhaving daarvan bij latere wijziging van omstandigheden moet voldoen aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De inbreuk op de belangen van de betrokkene van wie de persoonsgegevens worden verwerkt, mag niet onevenredig zijn in verhouding tot het doel van de verwerking. Voorts dient het doel waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkene minder nadelige wijze te kunnen worden verwezenlijkt. Het doel van de verwerking van de persoonsgegevens door het BKR in het CKI is om de betrokkene, zoals [verzoekster], te beschermen tegen overkreditering en andere problematische schuldsituaties en om krediet- en betalingsrisico’s van de deelnemers, zoals een hypotheekinstelling, te beperken door hen te informeren over relevante bijzonderheden die zich hebben voorgedaan in het recente verleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72ff9d2bbab23b58e275e8f5a0650c5de52951cdae6c07637995023f9ad870ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72ff9d2bbab23b58e275e8f5a0650c5de52951cdae6c07637995023f9ad870ee, en de alinea staat in dat document op bytes 15035 tot 16211.