Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 september 2020
Onder 8.3 Gerechtshof Den Haag 8 september 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1569.
11. Anders dan [verzoekster] aanvoert (appelschrift onder 5), voorzag de kredietovereenkomst wel degelijk in de mogelijkheid van verlaging van het krediet. In de kredietvoorwaarden is immers vermeld dat de kredietlimiet periodiek kan worden herzien op basis van de bij de kredietgever beschikbare gegevens (zie 6.2 hiervoor en bijlage 1 bij het verweerschrift in eerste aanleg). Voor zover [verzoekster] bedoelt dat ING in de gegeven omstandigheden geen gebruik had mogen maken van deze contractuele bevoegdheid, heeft zij haar klacht onvoldoende onderbouwd. In het appelschrift onder 5 en 6 betoogt zij dat de beslissing tot verlaging van het krediet van 4 april 2014 gebaseerd was op de in punt 8 van het verweerschrift in eerste aanleg bedoelde vier zelfstandige gronden en bestrijdt zij de toepasselijkheid van die gronden. Dat betoog berust echter op een misverstand, zoals de advocaat van [verzoekster] bij de mondelinge behandeling heeft erkend. In het verweerschrift in eerste aanleg, onder 8, ging het over de gronden voor de opeising van het krediet op 30 oktober 2015. [verzoekster] heeft haar standpunt dat ING niet tot kredietverlaging had mogen overgaan, ook niet op andere wijze toegelicht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72ff9d2bbab23b58e275e8f5a0650c5de52951cdae6c07637995023f9ad870ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72ff9d2bbab23b58e275e8f5a0650c5de52951cdae6c07637995023f9ad870ee, en de alinea staat in dat document op bytes 18104 tot 19322.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72ff9d2bbab23b58e275e8f5a0650c5de52951cdae6c07637995023f9ad870ee | shasum -a 256