Citaat | Gerechtshof Den Haag 8 september 2020
Onder 13.5. Gerechtshof Den Haag 8 september 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 8 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1569.
Uit de woorden “ten minste een” in de aanhef van artikel 6 lid 1 AVG blijkt dat de verschillende onderdelen daarvan niet elkaar uitsluitende categorieën vormen. Naar het oordeel van het hof levert artikel 6 lid 1 onder f AVG in elk geval een grondslag op voor de gegevensverwerking door het BKR van de gegevens van [verzoekster], gelet op het hiervoor in 13.2 genoemde doel van de kredietregistratie. Dat de gegevensverwerking daarnaast noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die rust op ING als verwerkingsverantwoordelijke – aangenomen dat ING als zodanig kan worden beschouwd – vindt het hof niet aannemelijk. De door ING in dit verband genoemde verplichting is immers de verplichting om deel te nemen aan een stelsel van kredietregistratie. Niet gezegd kan worden dat ING niet aan die deelnemingsverplichting voldoet als zij de gegevens van [verzoekster] niet in het CKI verwerkt. Het hof gaat er dan ook van uit dat nu de gegevensverwerking valt onder artikel 6 lid 1 onder f AVG en niet tevens onder artikel 6 lid 1 onder c AVG, aan [verzoekster] het recht van bezwaar op grond van artikel 21 lid 1 AVG toekomt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72ff9d2bbab23b58e275e8f5a0650c5de52951cdae6c07637995023f9ad870ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72ff9d2bbab23b58e275e8f5a0650c5de52951cdae6c07637995023f9ad870ee, en de alinea staat in dat document op bytes 24845 tot 26007.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72ff9d2bbab23b58e275e8f5a0650c5de52951cdae6c07637995023f9ad870ee | shasum -a 256