Citaat | Gerechtshof Den Haag 18 augustus 2020
Onder 4.12 Gerechtshof Den Haag 18 augustus 2020
Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 18 augustus 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1621.
Omdat, zoals hiervoor in r.o. 4.10 overwogen, de gemiddelde vakman geen reden heeft om aan te nemen dat andere in de stand van de techniek individueel geopenbaarde stoffen dan NPS R-568 een betere – of zelfs maar vergelijkbare – calcimimetische activiteit zouden hebben, zijn deze naar het oordeel van het hof niet als (alternatief) realistisch uitgangspunt aan te merken. Een uitgangspunt is eerst realistisch indien het door de gemiddelde vakman, in aanmerking genomen zijn algemene vakkennis en de stand van de techniek, op de aanvraagdatum daadwerkelijk als een goed uitgangspunt voor zijn onderzoek zou worden beschouwd (vgl. T 870/96: “ as closest prior art a ‘bridgehead’ should be selected, which said skilled person would have realistically taken under the ‘circumstances’ of the claimed invention ”). Slechts indien hij meerdere gelijkwaardige uitgangspunten zou hebben (dus als er meer verbindingen kunnen worden aangemerkt als meest nabije stand van de techniek), zal de uitvinding inventief moeten zijn uitgaand van ieder van die gelijkwaardige realistische uitgangspunten (vgl. de TKB in T 824/05: “… situation of two alternative starting points equally suitable for the assessment of inventive step ”). Zoals volgt uit het voorgaande doet die situatie zich hier niet voor. NPS R-568 is de meest actieve verbinding uit de stand van de techniek en zal daarmee door de gemiddelde vakman als een beter uitgangspunt worden beschouwd dan NPS R-646 – waarvan alleen bekend is dat de EC50 waarde daarvan onder de 5 µM ligt – en dan 13S en 18N. Van deze laatste twee verbindingen waren op de aanvraagdatum helemaal geen activiteitsgegevens bekend en de gemiddelde vakman zou daarvan aannemen dat deze zelfs een hogere EC50 waarde hebben dan 5 µM, omdat ze niet voorkomen in de in US 827 opgenomen opsomming van de meest actieve van de tot dan toe geteste verbindingen met EC50 waardes onder de 5 µM. Geen van deze stoffen is daarom een aan NPS R-568 gelijkwaardig uitgangspunt, zoals door Accord betoogd. Daaraan kan niet afdoen dat de structuur daarvan meer dan die van NPS R-568 zou overeenkomen met de structuur van cinacalcet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a4440c49219dfd1acc0494e59dae108f5a401e2f98bd05cc13e1b5b95c5aea3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a4440c49219dfd1acc0494e59dae108f5a401e2f98bd05cc13e1b5b95c5aea3, en de alinea staat in dat document op bytes 73680 tot 75996.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9a4440c49219dfd1acc0494e59dae108f5a401e2f98bd05cc13e1b5b95c5aea3 | shasum -a 256