Citaat | Gerechtshof Den Haag 21 april 2020

Onder 4.2.11 Gerechtshof Den Haag 21 april 2020

Een alinea uit Gerechtshof Den Haag 21 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1624.

Het standpunt van DR c.s. dat het ophopingsprobleem en het dientengevolge weglekken van afvaltoner helemaal niet zou bestaan en dat het (niet bestaande) probleem (dus) ook niet wordt opgelost, althans dat de gemiddelde vakman dat niet plausibel zou achten, is een inventiviteitsverweer, zoals de rechtbank in r.o. 4.8 van het bestreden vonnis terecht heeft overwogen. Daaruit vloeit voort dat op DR c.s., nu zij degene is die de nietigheid van EP 537 inroept, ter zake de bewijslast rust (vergelijk ook: Hof Den Haag, 7 november 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4029, r.o. 4.16, in de zaak Leo Pharma / Sandoz). Voor een andere bewijslastverdeling dan die van de hoofdregel van artikel 150 Rv, ziet het hof geen aanleiding. De omstandigheid dat deze stellingname van DR c.s. ook van belang zou zijn voor de beoordeling van de nawerkbaarheid en de industriële toepasbaarheid maakt dat niet anders. Ook ter zake het gestelde ontbreken daarvan rust de bewijslast op DR c.s.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91cd6bb72f5e3757c23e730a4403161666cfbf3b9ef25529dfcf0a564dc2f8e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91cd6bb72f5e3757c23e730a4403161666cfbf3b9ef25529dfcf0a564dc2f8e2, en de alinea staat in dat document op bytes 81958 tot 82936.